Verpleeghuis , Eén Hoog
Langzaam schuift ze open
de liftdeur op een hoog
Mijn oog weet feilloos waar je zit
''n vaste stek, 'n laatst bezit.
Steeds vaker weet ik niet
of jij mij hoort,als ik je groet
en woorden die ik zeggen moet
verstillen voor ze hoorbaar zijn.
Je kijkt me aan, maar kent me niet
't is of je een vreemde ziet,
die achteloos voorbij zal gaan.
Je mond beweegt,maar klank noch taal
onthullen mij dat triest verhaal
van onmacht, eenzaamheid en vrees
dat ik in je bange ogen lees.
De krassen op je ziel,ik kan ze niet meer helen
Je schouders niet meer rechten.
je leven niet meer delen.
Wij beiden , al vóór de dood gescheiden.
Schrijver:Onbekend