- Honde
bestaan
-
-
Bijna
is de tijd gekomen.
-
Dat
voorbij zijn de dromen.
-
De
werkelijkheid is hier.
-
Geeft
ze werkelijk geen zier?
-
Weg
doen moest hij de hond.
-
Ze
zei het met een grote mond.
-
Dat
ze niet hield van dieren.
-
Die
konden haar niet plezieren.
-
Teveel
last ze zijn niet schoon.
-
Was
dat dan de hond zijn loon?
-
Zoveel
jaren was hij trouw.
-
Zulke
vriend vind je niet gauw.
-
Hij
moest gaan naar andere mensen.
-
Een
hond mag hebben geen wensen.
-
Zou
hij voelen ook de pijn?
-
Van
het afscheid dat moest zijn.
-
Plaats
moet hij maken voor haar.
-
Geen
plekje meer voor hem daar.
-
Te
hopen dat zij is het waard.
-
Want
een vrouw met zo een aard.
-
Heeft
hij daarmee een goed leven?
-
Hoeveel
moet hij dan nog geven?
-
De
tijd zal dit alles leren.
-
Of
hij zoiets kan blijven eren.
-
-
©Cathy vd Biezen
-
-
-