De
moeder
en
de
vrouw
Ik
ging
naar
Bommel
om
de
brug
te
zien.
Ik
zag
de
nieuwe
brug.Twee
overzijden,
die
elkaar
vroeger
schenen
te
vermijden,
worden
weer
buren.Een
minuut
of
tien.
dat
ik
daar
lag
in
't
gras,mijn
thee
gedronken
mijn
hoofd
vol
van
het
landschap,wijd
en
zijd.
Laat
mij
daar
midden
uit
de
oneindigheid
een
stem
vernemen,dat
mijn
oren
klonken.
Het
was
een
vrouw.Het
schip
dat
zij
bevoer,
kwam
langzaam
stroom
af,door
de
brug
gevaren.
Zij
was
alleen
aan
dek,zij
stond
bij
't
roer.
En
wat
zij
zong,hoorde
ik
dat
psalmen
waren.
O,dacht
ik
o,dat
daar
mijn
moeder
voer.
"Prijs
God",zong
zij,"Zijn
hand
zal
u
bewaren".
Geschreven
door
Martinus
Nijhoff
(1894-1953)
Ingezonden
door:Wil
v/d
Helm